19 November 2020

#KETGAT2020

Column Tom Braekeleirs Artsenkrant

Het was een paar weken voor Kerstmis ergens midden jaren '80. Ik was 11 jaar en lag uitgeteld op de zetel. Misselijk als een krab - ik bespaar u de details - maar laten we zeggen dat er weinig binnen bleef van wat ik als voedsel en drank tot mij nam.

Een paar dagen later lag ik op een veldbedje in de living, om plaats te maken voor de huisgenoten die ook wel eens in de zetel wensten te zitten. Ik was nog nooit zo ziek geweest. Geelzucht was het verdict. De kanariekleur in mijn ogen bracht de dokter weinig twijfel, een bloedstaal bevestigde uiteindelijk wat we al wisten.

Een paar weken later, kerstavond, gezelligheid troef. De hele familie met tante en nonkel aan de feestdis, geschaard rond de kerstboom met de veelkleurige lichtjes en kitscherige ballen. Een zilveren slinger maakte het af. Het hoofdgerecht kan ik mij niet meer herinneren, maar het voorgerecht was iets met gesmolten kaas. Althans, voor iedereen die aan tafel zat. Ik lag nog steeds in mijn veldbedje, met een stukje droge toast. Zowat het enige wat ik binnenhield en volgens het strikte dieet mocht eten. Ik kreeg wel een nieuwe boekentas die avond. Een lichtpuntje in een bedje van miserie. Hoe een ziekte zo'n mooi feest kon verbrodden...

Fast forward meer dan dertig jaar. Ik lig weer in de zetel. Niet zozeer misselijk, maar wel vermoeid. Slapen is het enige wat mijn lichaam vraagt als activiteit. Het C-beest heeft ons te pakken. De jongste houdt het langst stand, maar verliest na een paar dagen ook de strijd en krijgt zodoende ook het u-bent-positief-telefoontje van zowel de huisarts als de contact tracingpersoon met vriendelijke stem en bemoedigende woorden.
 

"De eerste die mij nu nog zegt dat het "slechts een griepje" is of een "goeie verkoudheid", zal hard mogen lopen"

Verbazend trouwens hoe snel die contact tracing werkt. Het begrip 'gezin' is blijkbaar wel een moeilijke, want elke keer opnieuw moeten alle leden van het gezin aangevuld worden, met naam en toenaam, en krijgen we de vraag om ze ook te laten testen. Elke keer doen we opnieuw ons verhaal. De 'ooh's' en de 'aah's' zijn vertederend en brengen de nodige lichtheid in het gesprek.

Twee weken later zijn we er ongeveer allemaal door. Sommige smaken zijn wat minder scherp, de vermoeidheid duikt nog af en toe op waardoor neerliggen gelijk staat aan slapen. Ik voel mij zo'n pop van vroeger die haar ogen sloot als je ze neerlegde. Maar we prijzen ons gelukkig dat we er zonder al te grote kleerscheuren en met relatief milde symptomen van af zijn geraakt.

Ik moest terugdenken aan die kerst midden jaren '80. Zelden zo ziek geweest. Als wij - met milde symptomen - er al zo belabberd bij lagen, wat moet dat dan niet zijn voor mensen die het echt goed doormaken. De eerste die mij nu nog zegt dat het "slechts een griepje" is of een "goeie verkoudheid", zal hard mogen lopen.

Iemand vroeg me recent hoe het voelde om het door te maken. Ik omschreef het toen als volgt: een goeie, maar zo'n echt goeie stevige griep, gecombineerd met een goeie, maar zo'n echt goeie stevige kopvalling, met een kater die drie dagen duurt en dan het gevoel alsof er een vrachtwagen over jou is gereden. Zo ongeveer... Het is #@$! Zoiets wens je niemand toe, zelfs je ergste vijand niet. Zelfs Trump niet...

Laat dat vaccin maar komen. Liefst goedgekeurd. Het hoeft voor mij zelfs geen 94,5% effectiviteit aan te tonen. 80 is ook al mooi. Dat is geslaagd met onderscheiding.

En nu moet je mij even excuseren, ik moet een kerstboom opzetten, met kleurige lichtjes en kitscherige ballen en een zilveren slinger. Kerst nemen ze mij geen twee keer af.

Deze column van Tom Braekeleirs verscheen eerder in Artsenkrant.

Bron foto: Artsenkrant, © iStock

THE FUTURE BELONGS TO THOSE WHO BELIEVE IN THE BEAUTY OF THEIR DREAMS.

ELEANOR ROOSEVELT