18 Mei

LONGREAD: HET BOS EN DE BOMEN

Tom Braekeleirs ondernemerschap in de zorg starterslandschap

Tom Braekeleirs, directeur BlueHealth Innovation Center geeft zijn kijk op het starterslandschap. “It was the best of times, it was the worst of times.” Met deze beroemde quote begint A Tale of Two Cities, het meesterwerk van Charles Dickens. En tot op zekere hoogte gaat dit vandaag ook op als we kijken naar startende ondernemers in de gezondheidszorg. Nog nooit is er zoveel omkadering geweest voor starters en start-ups. Maar het is – met alle veranderingen in het achterhoofd op overheidsvlak – ook niet de makkelijkste periode om te starten. Daarbovenop komt nog dat het steeds moeilijker wordt om boven het maaiveld uit te komen, precies door die (wild)groei van ondersteunende initatieven. Hierdoor voelen velen zich geroepen om te starten binnen de wereld van de gezondheidszorg.

Als BlueHealth Innovation Center begrijpen we dan ook heel goed wat er allemaal omgaat bij het beginnen met ondernemen, specifiek als het over digitalisering gaat in de zorg. Maar anderzijds kunnen we uiteraard iedereen met een idee die iets wil veranderen aan ons zorgsysteem alleen maar toejuichen en ondersteunen. Let wel, niet alle ideeën zijn rijp voor de pluk. We hebben uiteraard niet de waarheid in pacht, maar weten onderhands wel na ettelijke jaren welke ideeën kunnen leiden tot een succes en waar er – laten we vriendelijk blijven – nog wat werk aan de winkel is.

Maar laat ons beginnen bij het begin. De start-up wereld is gevuld met jargon en specifiek taalgebruik waarbij de Dikke Van Dale geen soelaas meer biedt omdat de termen razendsnel veranderen en definities flexibel worden geïnterpreteerd. Vandaar deze schuchtere poging om toch een aantal lijnen uit te zetten om te weten waarover we praten:

  • Start-up of Starter

Het begint eigenlijk al bij de definitie van wat je wil doen. Tegenwoordig is het hip en trendy om te zeggen dat je een start-up bent, maar wat wordt daar nu mee bedoeld? In theorie is een start-up een beginnend bedrijf dat aan de hand van technologie een schaalbaar businessmodel omzet in een niet-lineaire omzet. Met andere woorden, je gebruikt technologie om meer omzet te kunnen draaien zonder extra mensen in dienst te moeten nemen. Doe je dat niet, ben je in principe een starter. Op zich niks mis mee, maar het helpt om dit verschil te begrijpen voor de zaken die hierna komen.

  • Ideation en Hacka-dinges

Alles begint met een goed idee. Het is een boutade, maar in de basis klopt dit wel. Als ik startende ondernemers spreek, kijk ik naar 2 assen. De eerste is die van de ondernemer zelf. Is dit iemand die ‘ondernemersbloed’ heeft? Wat zijn de drijfveren? Hoeveel passie straalt de persoon uit? Geloof ik dat? Heel wat buikgevoel komt hierbij kijken en is slechts een persoonlijke interpretatie en zeker geen waardeoordeel. De tweede as is die van het idee. Hoe nieuw is dit idee? Zit hier een businessmodel achter of is het een productinnovatie? Wie zijn hiervan potentiële betalende klanten? Enz… Deze fase noemt men ideation, of het vormgeven van het idee. Vaak zijn er echter ondernemende mensen die het killer-idee nog niet hebben gevonden en dan komen vaak hackathons en gelijkaardige events om de hoek loeren. Zelf runnen wij regelmatig Innovation Station-sessies wat ééndaagse brainstorms zijn om op basis van echte maatschappelijke en bedrijfsuitdagingen op zoek te gaan naar concrete oplossingen. Het grote verschil met een hackathon is dat tijdens deze laatste er ook effectief technologische prototypes worden gebouwd waardoor het ook vaak over meerdere dagen wordt gespreid. Voor de rest vereist een hackathon veel energiedrankjes en pizza en vooral weinig slaap.

  • Incubator of Accelerator

Eens je idee concreet vorm heeft gekregen ben je klaar voor de volgende stap, maar waar te beginnen? Vaak wordt er met termen gegoocheld om te omschrijven hoe bepaalde steuninitiatieven binnen het start-up landschap doen. Grosso modo zijn er na ideation 2 fases: incubatie en acceleratie. De eerste heeft tot doel om je idee om te vormen tot een zogenaamde MVP (minimum viable product) of met normale woorden: een eerste versie van je product waarmee je de eerste klanten kan optekenen. Het is moeilijk te zeggen hoelang deze fase duurt omdat dit sterk afhankelijk is van je product en je markt, maar gemiddeld mag je er vanuit gaan dat dit 12 tot 18 maanden duurt. Er zijn heel wat start-up incubatoren te vinden waar je vaak in coworking-achtige omgevingen kan verder werken aan je product. Het business model van deze berust vaak op de verhuur van kantoorruimte, maar er zijn ook heel wat gratis alternatieven in België te vinden.

Eens je een MVP hebt en je eerste 3 klanten, ben je klaar om een versnelling hoger te schakelen. Dit brengt je naar de volgende sprong met name: groeien en internationaliseren. Uiteindelijk wil iedereen scale-up worden: een term die gebruikt wordt om een start-up te omschrijven die in minimum 2 landen actief is en minstens 10 man personeel heeft. Hier is het helemaal niet meer mogelijk om een cijfer te plakken op timing want dit kan lang duren. Om van start-up naar scale-up te gaan kan je beroep doen op een accelerator. Zelf werken wij heel nauw samen met het imec.istart programma (wat recentelijk werd benoemd tot beste universiteitsaccelerator in Europa en 4de beste in de wereld).
Vaak komen hier ook internationale acceleratoren aan te pas die marktintroducties in het buitenland kunnen faciliteren. Een aantal van de grootste wereldwijd zijn TechStars, het Microsoft ScaleUp programma en de Alchemist Accelerator. Hun succes meten ze vaak af aan de vervolgfinanciering die wordt opgehaald. Uiteraard zijn er veel meer. Het lijstje van ondersteunende initiatieven wereldwijd is gigantisch. Niet zelden vragen deze initiatieven ook een percentage van de aandelen om zo hun werking te financieren. In heel veel gevallen worden deze ook vanuit een grote corporate aangestuurd om zo een vinger aan de pols te houden van de start-up scène.

  • Risicokapitaal aka VC’s

En dat brengt ons bij het punt van geld. Als je echt wil groeien en snel wil groeien ga je toch externe financiering moeten ophalen. Dit moet niet allemaal risicokapitaal zijn. Vaak wordt een mix samengesteld van business angels (mensen die kleinere bedragen wensen te investeren), investeringsfondsen (van heel vroeg tot scale-up fondsen), bankfinanciering, geld van organisaties als PMV en subsidies. Let wel dat subsidies bedoeld zijn om te versnellen. Niet om je businessmodel leefbaar te houden. Maar dat is weer voer voor een artikel op zich. Na de eerste ronde komen vaak nog vervolgfinancieringen tot je begint met de grote bedragen op te halen en lid wordt van de Million Dollar Club: het selecte kransje ondernemers die meer dan 1 miljoen dollar aan risicokapitaal ophalen. En daar mogen we in België fier op zijn, want zo hebben we er wel een paar: Ugentec, Lindacare, Ontoforce, Fibricheck,… Stuk voor stuk gedegen ondernemers met een goed idee!

“So what?”, hoor ik je waarschijnlijk denken. Het punt is dat er heel veel ondersteuning is. Als ondernemer is het dan ook niet altijd makkelijk om daarin te gaan selecteren. Vandaar dat ook recentelijk HealthTech Belgium ontstond. Geen nieuwe organisatie, maar een samenwerkingsakkoord tussen verschillende instanties om startende ondernemers te helpen om door het bos de bomen te zien. Daarnaast wil HTBE ook buitenlandse ondernemers België aanreiken als testland. Want – laten we wel wezen – ook al heeft België een heel goed gezondheidszorgsysteem, eenvoudig is het niet echt met al die regeringen, ministers, zesde staatshervormingen en complexe structuren met verzuilde gevoeligheden. Maar geloof mij, als het hier lukt en je kan je businessmodel in België laten draaien en er zelfs winst op maken, ligt de wereld aan je voeten. If you can make it in Belgium, you can make it anywhere!

En de steun, die is er… Ruimschoots…

 

Deze blogpost verscheen eerder in gewijzigde vorm in de serie ‘31 dagen naar innovatie in health’ door DashPlus.  

THE FUTURE BELONGS TO THOSE WHO BELIEVE IN THE BEAUTY OF THEIR DREAMS.

ELEANOR ROOSEVELT