11 Mei

Zot in mijn kot

Column Tom Braekeleirs Artsenkrant

Het duurt nu bijna 10 weken. Tien weken van thuiswerk, zonder de collega's, zonder de grote en kleine verhalen of grapjes aan de lunchtafel. Maar ook tien weken zonder ochtendfiles, ook geen avondfiles trouwens, hoe vreemd... Al heb ik een donkerbruin vermoeden dat we daar toch weer naar toe gaan eens we als bevolking weer op snelheid komen.

Onlangs reed ik voor de eerste keer in twee maanden terug met de wagen over een iets langere afstand (verder dan de lokale supermarkt, weet je). Het was vreemd. De bouw had blijkbaar toch niet stilgelegen, want plots waren er een aantal baanwinkels aan het verrijzen die ik voorheen nog niet had gezien. Of hebben die twee maanden gewoon gaten in mijn geheugen geslagen. Het was wel een essentiële verplaatsing, dat wel. Naar mijn kinesist, die na een aantal lange weken terug aan het werk mocht. Mijn rug is haar dankbaar.

Ik hunker naar menselijk contact. Een jaar geleden ongeveer zat ik in een gezellige sofa op een podium met Dirk De Wachter, te praten over veerkracht, geluk en menselijkheid. Over het geluk van af en toe eens ongelukkig te zijn. Mijn laatste vraag aan hem was: "Wat kunnen we nu onmiddellijk doen?" Dirk antwoordde - op een manier die hij alleen kan, met zijn rustige stem, lichtelijk trance-inducerend: "Pak mekaar eens goed vast, we hebben meer nood aan lijfelijkheid, aan huidcontact, aan er gewoon te zijn voor mekaar, zonder veel woorden." Die laatste zin zindert na.

 

Stilaan worden we allemaal een beetje zot in ons kot.

Niet dat ik anders zo'n knuffelaar ben die spontaan alle collega's tegen de boezem trek. Sinds #metoo moet je daar trouwens toch mee opletten (daarvoor eigenlijk ook al, want het is m.i. een kwestie van gezond verstand, maar bon). Maar wel het menselijk contact, de lijfelijkheid, desnoods zonder huidcontact, dat is ook oké. Niet meer binnen dezelfde vier muren die op je af lijken te komen. Geen teleconferentie of videobelapplicatie, maar gewoon eens praten, met echte mensen, geen pixels op een scherm.

De vierde golf van deze crisis zal een mentale zijn. Als de tijd het toelaat... Misschien komt die wel vroeger. En daarom was ik ook zo verbaasd om te merken dat binnen de befaamde GEES er niemand zat die bezig is met het mentale, het menselijke, het mens-zijn. Iemand die waakt over de lijfelijkheid. Weliswaar, binnen de grenzen van de social distancing - wat een vreselijke term trouwens. We zijn fysiek gescheiden, maar hebben meer dan ooit nood aan sociaal contact. Ik knuffel bij deze iedereen virtueel, een analoge lijfelijkheid in een digitale wereld. Waar is Dirk De Wachter in de GEES? Ik, wij, ... kunnen hem gebruiken, want heel langzaam worden we allemaal een beetje zot in ons kot.

Deze column van Tom Braekeleirs verscheen eerder in Artsenkrant.

Bron foto: Artsenkrant, © iStock

THE FUTURE BELONGS TO THOSE WHO BELIEVE IN THE BEAUTY OF THEIR DREAMS.

ELEANOR ROOSEVELT